Search
Search Menu

Column

Het Mysterie van de Roos


De roos kent geen waarom;
zij bloeit omdat zij bloeit;
zij denkt niet om zichzelf,
vraagt niet of men haar ziet

Angelus Silesius
(Johannes Scheffer, 1624-1677)

 

In deze vervreemdende tijd heeft het woord ‘Hoop’ een bijzondere lading gekregen: ‘de hoop dat Covid-19 gauw over zal zijn’ en ‘dat dit virus hopelijk aan ons voorbij gaat! ’

Na 25 mei, de dag van de moord op George Floyd, denk ik vaak aan de titel van Obama’s boek, The Audicity of Hope (De Vermetelheid van Hoop; 2006), waarin hij, tegen alle kwade krachten in, getuigt van zijn hoop op een rechtvaardige(r) Amerikaanse samenleving met gelijke kansen voor iedereen, ongeacht ras, religie of geaardheid.

Zou Obama, nu zijn samenleving op de rand van de afgrond lijkt te staan, nog even vermetel daarop hopen? En, kan ik nog tegen alle kwade krachten in onze wereld in – zoals de desastreuze sociaal-economische gevolgen van de huidige pandemie en de komende immense ontwrichting als gevolg een onbeheersbare klimaatsverandering, met in haar slipstream de opkomst van autoritaire regimes wereldwijd – blijven hopen op een rechtvaardige samenleving voor mijn kleinzoon?

Een antwoord vond ik, juist in de week voor Pinksteren, in het boek Hopeloos Hoopvol (2015) van John D. Caputo (geb. 1940!), een Amerikaans-Italiaanse theoloog-filosoof. Op zijn zoektocht naar ‘religie’ biedt hij de lezer een vertrouwenwekkend perspectief door de paradox: hopeloos hoopvol. Dat perspectief blijkt -in essentie- neer te komen op: De vermetelheid van hoop!

Zittend op ons achterterras, tegen een decor van 102 dieprode rozen – een geschenk van de natuur waarvan wij nog nooit eerder zo uitbundig hadden genoten – las ik rond Pinksteren zijn pelgrimstocht.

Daardoor begreep ik opeens zijn uitleg van het Mysterie van de Roos van de dertiende-eeuwse mysticus, Meester Eckhart, waarmee Caputo zijn verhaal begint. En waarbij hij ook verwijst naar het bovenstaande citaat van Angelus Silesius: de Roos als symbool van het ‘zuivere geschenk’, een beeld van Genade. Een geschenk-zonder-waarom-of-waartoe. Voor mystici houdt dit in: de gever verwacht niets terug; hij/zij trekt zich zelfs geheel terug en laat het geschenk bij de ontvanger achter.
Deze kerngedachte neemt Caputo over maar, anders dan bij de mystici uit de Middeleeuwen, leidt dit bij hem niet tot een verzaking van een opdracht in de wereld door de ontvanger. Integendeel, het leidt bij hem juist tot een gehoor geven aan de radicale opdracht in de Bergrede.

Hij werkt deze gedachte verder uit en komt ten slotte uit bij wat hij het G-Evangelie noemt: de Geest (God) geeft de mens een onvoorwaardelijk Geschenk (zonder-waarom-en-waartoe), waar de ontvanger niet om gevraagd heeft: namelijk het leven. Vervolgens trekt die Gever (zoals bij de mystici) zich terug en ontsluit daarmee een ruimte waarin de Belofte van Hoop/Verwachting wordt gegeven.
Die ‘ruimte’ kan door de mens worden opgevuld, met de Bergrede als leidraad. Daar waar dat gebeurt, is gerechtigheid, gastvrijheid en vriendschap.

Juist in deze tijd, waarin de ‘pauze-knop’ voor onze (wereld)samenleving aanstaat en er sprake is van een ‘tussenruimte’, zijn er tal van voorbeelden waarin zoveel mensen uit belangeloze solidariteit, ‘zonder-waarom-of-zonder-waartoe’, gehoor geven aan de oproep van de Bergrede. Ondanks deze zo hopeloos lijkende tijd kunnen we nu nadenken over en zelfs al experimenteren met, nieuwe vormen van samenleven op weg naar een Hoopvolle toekomst, ook binnen onze Protestantse Gemeenten in Bennebroek en Heemstede.

Nico Schulte Nordholt (1940)
(bron: Wegwijzer nr 6/7)