Search
Search Menu

De plaats leeg laten

Wat kan je doen voor iemand die een groot verlies heeft geleden en wat moet je beslist níet doen? Ik ontving een lijstje met adviezen van iemand die aan den lijve had ervaren hoe ongevoelig mensen kunnen reageren, dat ze zich geen houding weten te geven als ze je tegenkomen.

Ga langs, spreek af, zeg liever niet je mag me altijd bellen’, zo begint het lijstje. De meeste adviezen zullen niet verrassen, maar ze in de praktijk brengen is natuurlijk een ander verhaal.
‘Deel aardige herinneringen’ of ‘herdenk de dagen die belangrijk zijn voor die ander, zoals een verjaardag of sterfdag’ of ‘wees praktisch met je hulp’. Het is goed om dit weer eens te lezen. En ook dat er goed-bedoelde teksten zijn die niet helpen, zoals: ‘het leven gaat door’ en ‘als het eerste jaar maar voorbij is’ …

Het is allemaal uit het leven gegrepen. En misschien herken je iets van je eigen ongemak wanneer je er zelf mee te maken krijgt. Het lijstje deed me denken aan een tekst van D. Bonhoeffer. Het gaat als volgt:
Als je van iemand houdt en je bent van hem gescheiden, kan niets de leegte van zijn afwezigheid vullen. Je moet dat niet proberen. Je moet eenvoudig aanvaarden en volharden. Dat klinkt hard maar het is ook een grote troost. Want zolang de leegte werkelijk leeg blijft, blijf je daardoor met elkaar verbonden. (…)
Zijn woorden brengen me weer bij het besef dat er één ding is waar we heel slecht in zijn: de leegte leeg laten. Ook het lijstje met adviezen maakt duidelijk dat we het liefst een lege plaats volstoppen met onze praatjes en met goede bedoelingen. Alsof er niets gebeurd is.

Die ene die niet meer in ons midden is, wordt niet genoemd. En dat is pijnlijk voor degene die achterblijft. Niets doet erger pijn dan dat.

Wat werkelijk helpt, is het erkennen van de leegte. En dat zit hem echt niet in woorden. Je kunt de ander ophalen voor een wandeling. Zo laat je merken dat je begrijpt wat er in de ander omgaat. En als de rouwende niet onmiddellijk reageert, houd vol, voel je niet afgewezen. Die ander is in de rouw en dat betekent misschien wel dat hij of zij liever binnen blijft zitten, bij zichzelf, bij het verdriet en die lege plek.

Er is een mystieke stroming die God benadert als een lege plaats in ons bestaan of als stilte, dus niet ingevuld door onze voorstellingen van God. Als leegte of stilte kan de Ene pas tot ons ‘spreken’ te midden van het vele dat de aandacht vraagt. Goed kijken, luisteren, opmerkzaam worden, loslaten van de eigen wil, dat alles kan ruimte maken voor iets dat ons kan vervullen met een rust en vrede die ons begrip te boven gaat.

Ds. Arie Molendijk



Bron: Wegwijzer 11, 22 november 2017